Ter  bescherming van de kunst

 

‘Weet u wie het bronzen beeld heeft gemaakt, onderaan de dijk?’

‘U bedoelt de figuur die over het water staart?’

‘Nee, die staat aan de noordkant van de haven, dit staat aan de zuidkant, bij een brug voor een groot gebouw. Het is abstract en ik wil graag weten van wie het is en wat het voorstelt. Op de muur erachter staat dat het een rijksmonument is.’

‘U bedoelt het gemaal, dat is een rijksmonument. Een geweldig gebouw en de pompen zijn pas gereviseerd. Door de commissaris van de koning persoonlijk in werking gesteld. Het was een prachtige dag.’

‘Ja, daarvoor staat een beeld. Het zou wel eens van Jan Wolkers kunnen zijn. Dezelfde stijl.’

‘Wat zegt u, hebben wij een Jan Wolkers in onze gemeente?’

‘ Dat weet ik niet zeker, maar het doet me denken aan een beeld van hem in mijn geboorteplaats. Als jongetje liep ik er vaak langs. Een dikke vrouw met vleugels. Ik snapte er niets van en vond het eng. Ik heb er nare dromen over gehad.’

‘Wat vervelend voor u.’

‘Ja, en veel later, toen ik allang in een andere stad woonde, ontdekte ik dat het een beeld van Jan Wolkers was. Leda en de zwaan. Ik keek er gelijk anders naar.’

‘ Dat is zo met kunst. Je moet er de leeftijd voor hebben om het te begrijpen.’

‘Ja, ik zag toen pas de kracht die hij erin had gelegd. Dit beeld heeft dezelfde kenmerken. Het is net alsof je de klei nog kunt zien waarmee het is geboetseerd.’

‘Ik zou het niet weten.’

‘Ik zie nergens een bordje staan. Dat zou helpen. Ik ben vast niet de enige die dit wil weten.’

‘Tot nu toe wel.’

‘Je hebt tegenwoordig Jan Wolkers fietsroutes en ik dacht even dat dit beeld in zo’n route was opgenomen.’

‘Gaat er een Jan Wolkers fietsroute door onze gemeente? Daar weet ik niets van!’

‘Ik dàcht het, maar dan had er zeker een bordje bij gestaan. Ik heb nu alleen de naam van de bronsgieterij gevonden.’

‘Zal ik het voor u uitzoeken?’

‘Bordjes zijn heel belangrijk. Hebt u gelezen dat onlangs in een museum een schilderij onder een witkwast is verdwenen? Een medewerker wilde de zaal netjes maken voor de volgende tentoonstelling en zag niet dat hij over een kunstwerk schilderde. Er hing geen bordje bij.’

‘Nee, niet gelezen. Ik zal mijn best voor u doen de naam van de beeldhouwer te vinden.’

‘In een andere stad is bij de sloop van een postkantoor een groot beeld per ongeluk meegenomen naar de stortplaats. Is verdwenen in de shredder. Ze dachten dat het een vlaggenmast was. Stond ook geen bordje bij.’

‘Ik zie uw nummer al in mijn telefoonscherm staan.’

‘In een buitenlands museum is een kunstwerk in de stofzuigerzak verdwenen. De schoonmakers dachten dat het overblijfselen waren van een wilde feestpartij.’

‘Ik bel u zo spoedig mogelijk terug. Ik zie dat er iemand in de wacht staat. ’

‘Dat is goed. Ik denk dat ik er een stukje over ga schrijven op mijn website.’

‘Wat zegt u, schrijft u stukjes?’

‘Ja, over zaken die me bezig houden. Ik heb een klein publiek hoor.’

‘Dat zegt niets met die sociale media tegenwoordig. U had dit vooraf moeten zeggen. Ik word niet graag zonder instemming geciteerd.’

‘Wat reageert u defensief.’

‘U bedoelt professioneel. U moest eens weten hoeveel tijd wij kwijt zijn aan het rechtzetten van onjuiste beeldvorming door die zogenaamde stukjes. Ik zou graag uw blog of hoe u het ook noemt op juistheid doorlezen.’

‘Ik zie helemaal geen problemen. Eerder een win-win. Reclame voor een vergeten beeld is toch goed?’

‘Wie zegt dat het vergeten is? Dat ik het  niet weet zegt niet alles. Ik voel het al aan. Dit wordt een ironisch stukje en wij worden neergezet als culturele onbenullen.’

‘Ik heb een veel beter idee. Ik schrijf een stukje met veel fouten en u plaatst een persbericht waarin u er schande van spreekt met daarbij de feiten zoals ze wel zijn. Dan krijgt uw gemeente veel positieve publiciteit en staat het beeld opeens in de belangstelling!’

‘Wij doen niet aan nieuws maken.’

‘Ik zie de omzetten al stijgen. U kunt daarna een overzichtstentoonstelling organiseren over de beeldhouwer. Er is altijd een aanleiding te vinden.’

‘Het staat aan de openbare weg, zei u toch?’

‘Ja, er lopen veel mensen langs, maar niemand kijkt ernaar.’

‘Hebt u er over nagedacht dat u mensen ook op verkeerde ideeën kunt brengen?’

‘Wat bedoelt u?’

‘U hebt ook vast in de krant gelezen dat er vandalen zijn die er alles aan doen om aan metaal te komen om te verkopen. Ze sparen niets. Ook geen beelden.’

‘ Ja verschrikkelijk. Ze hebben zelfs een Rodin vernield.’

‘Met een slijptol haal je dit beeld zo weg, toch?’

‘U bedoelt dat ik met mijn stukje…’

‘Ik wil u niets in de mond leggen.’

‘..mensen aan het denken zet?’

‘Zou  zomaar kunnen.’

‘….en dan medeplichtig ben?’

‘Ook stukjesschrijvers moeten hun verantwoordelijkheid kennen. Dat hoort erbij als je je beroept op het vrije woord.’

‘U gaat wel erg ver.’

‘Ik denk alleen maar met u mee. U bent een liefhebber van kunst, dat hoor ik aan alles.’

‘Ik vind het een mooi beeld en bedoel het goed.’

‘Precies en vanuit het oogpunt van bescherming…’

‘Het zijn rare tijden.’

‘Zal ik mijn best doen voor een bordje?’

‘Kwetsbaarheid vraagt om bescherming.’

‘Dat zegt u heel mooi.’

‘Ik aarzel nu wat te doen. Aan ruchtbaarheid geven zijn risico’s verbonden. Soms is zwijgen goud waard.’

‘Uit liefde voor de kunst.'

‘En ter bescherming.... mensen kunnen het tenslotte ook zelf uitzoeken.

FOLLOW ME

  • Facebook Social Icon
  • Twitter Social Icon
  • YouTube Social  Icon

© 2023 by Samanta Jonse. Proudly created with Wix.com